Utrechtseweg


Rosandelaan


Hulkesteinseweg


Hoogstedelaan


Klingelbeekseweg


Rosandepolder


Luchtfoto's

Twaalf dagen
schuilen in de
IJskelder bij
Mariëndaal

WOII - 1944 Klingelbeekseweg

Eind 2013 vond Wybo Boersma bij een verzamelaar een notitieboekje van iemand die de Slag om Arnhem had meegemaakt aan de Klingelbeekseweg in Arnhem. Het bleek een dagboekje met aantekeningen te zijn van de heer T. van Mens, woonachtig aan de Klingelbeekseweg 14. De tekst, die deels in inkt en deels in potlood was geschreven, was moeilijk leesbaar en daarom typte Wybo die helemaal over. Omdat er maar weínig dagboeken bekend zijn uit dat deel van Arnhem, heeft Robert Voskuil het deel over de gevechten op de Klingelbeek en de vlucht van de familie Van Mens naar de Hoogkamp bewerkt voor publicatie in dit Airborne Magazine en van noten voorzien. Hier een deel van het dagboek


ZONDAG 17 SEPTEMBER 1944
(…) We leven nu in een onrustige spanning. We horen schieten in westelijke richting. Er zijn nog steeds jachtvliegtuigen in de lucht. Op de Utrechtseweg zien we heel veel Duitsers in auto’s en lopend uit westelijke richting komen. Ze zijn in vol oorlogstenue. Het lijkt wel of ze vluchten. De lucht is vol vliegtuigen, maar er klinkt geen luchtalarm meer. Er is geen elektriciteit meer. Af en toe schiet het Duitse luchtafweergeschut dat bij de Rijn staat. Er zijn ontzettend veel jachtvliegtuigen in de lucht, maar we zijn langzamerhand niet meer bang voor de Britse Spitfires. We gaan weer bomscherven zoeken.

Wanneer we later vanaf de zolder over de stad uitkijken, kunnen we aan de rookkolommen zien dat Arnhem op verschillende plaatsen brandt. Marietje was bij het Fratershuis, toen er een Duitse soldaat aan kwam fietsen die tegen ander Duitse militairen riep: “Los, laufen, die Tommies sind bei die Gummifabrik!” De soldaten renden naar de auto’s en sloegen op de vlucht. Daarbij lieten ze in de haast alles achter. Prachtige fietsen, die waren achtergebleven, werden door de burgers meegenomen.
Als Marietje vertelt dat de Tommies al dichtbij zijn, gelooft niemand haar. Plotseling wordt er geschoten en de kogels fluiten over onze hoofden. We besluiten de schuilkelder in orde te maken en slepen er van alles heen, zoals geweckte groenten en fruit, boter en ook kleren. Mijnheer Dekker staat op het dak van zijn huis en ziet plotseling dat de Oosterbeekse Rijnbrug wordt opgeblazen. We zien een inktzwarte rookkolom. Mijnheer Dekker zegt dat hij bij de brug veel soldaten ziet lopen, maar hij weet niet of het Duitsers of Engelsen zijn. Wij blijven nu in de schuilkelder want er wordt af en toe geschoten.
Vader loopt met een Franse helm in zijn hand. Op een zeker moment gaat hij er even op uit om op straat te kijken. Plotseling komt hij weer binnen en zegt “De Tommies zijn er: lk heb mijn eerste Engelse sigaret te pakken. Ze lopen op de Klingelbeek”. Wij antwoorden: ‘Ach dat kan toch niet?” We zijn stomverbaasd. Wel horen we af en toe machinegeweer- of geweerschoten. Samen met de heer V. besluit ik schoorvoetend te gaan kijken. En.....daar lopen de Tommies langs de straat, goed gecamoufleerd. Het zijn jonge kerels. De burgers zijn gek van vreugde. Plotseling horen we een kort, scherp bevel, waarna de soldaten allen achter een kleine tank (Bren Gun Carrier) duiken en met machinegeweren beginnen te schieten.

Wij besluiten terug te gaan in de schuilkelder. Tegen de avond gaan we weer de straat op. Nu komen er grote groepen soldaten voorbij en soms een aantal Jeeps, die vol zitten met militairen. Sommige Jeeps trekken een kanon. De parachutisten dragen lichtbruine uniformen met een hoop zakken, met daarin o.a. allerlei etenswaren, zoals chocolade en rantsoenen. Sommige hebben gele sjaals om de hals en een enkeling heeft oranje bloemen op de helm. Wij blijven de hele avond bij de soldaten. Wij krijgen sigaretten en wij geven ze water.

Later op de avond zitten we samen met mevrouw Cherkowski in de kamer, die verlicht wordt door een kaars. In de buurt horen we nog steeds schieten. We gaan boven slapen en ‘s nachts horen we af en toe artillerievuur en voortdurend voetstappen van de Engelse militairen. Wanneer we af en toe uit het raam kijken, zien we boven Arnhem een gele gloed van brandende gebouwen.
MAANDAG 18 SEPTEMBER 1944
‘s Morgens zijn we al vroeg wakker door het vuren van allerlei artillerie batterij en in de buurt. Ook is er veel mitrailleurvuur. De Tommies lopen door de tuinen van de huizen. In de stad wordt hevig gevochten. Ondanks het schieten gaan veel mensen kolen halen in het Oolgaardshuis, waar Duitsers hebben gezeten. Ook lopen er mensen in de richting van de stad.
’s Middags wordt het Duitse artillerievuur voortdurend erger. Op steeds meer plaatsen ontstaan branden. Ook de prachtige villa ‘Hulkestein’ staat in brand. Het is een indrukwekkend gezicht en het lijkt zo dichtbij, dat we soms het idee hebben dat ons eigen huis in brand staat.
In de lucht boven ons hoofd hangt bruine rook en dwarrelt verbrand papier. In de middag wordt ontzettend hard geschoten en we blijven een groot deel van de tijd in de schuilkelder. ‘s Avonds gaan we weer naar buiten, waar nog steeds Tommies voorbij komen. Om ongeveer negen uur gaan we slapen in de schuilkelder.
Boven in het huis is het te gevaarlijk. We leggen matrassen en wat dekens op de vloer, maar van slapen komt niet veel, omdat er in de buurt veel wordt geschoten. De Tommies slapen in het huis of lopen rond. Bij S. slapen er negen in de kelder terwijl er twee de wacht houden.
DINSDAG 19 SEPTEMBER 1944
In de ochtend is er weinig te zien, maar er wordt wel weer veel geschoten. Plotseling stromen de straten vol met soldaten, jeeps, kanonnen, een paar Bren Carriers, motorfietsen en gewone fietsen. Alles komt uit de richting van de stad. Het pleintje bij de Hulkesteinseweg staat vol met oorlogstuig en het is een totale opstopping. Maar de soldaten zijn heel rustig. Een officier met een sigaret in zijn mond geeft kort en kalm zijn bevelen. De soldaten laden hun geweren en Stenguns. Ze krijgen nieuwemunitie en sommigen gaan weer langzaam via de Hulkesteinseweg in de richting van De Oude Tol. Voor ons huis wordt een groot kanon opgesteld met de loop in de richting van de Utrechtseweg. Veel mannen en materiaal gaan verder de Klingelbeek op. Zo lopen de goed gecamoufleerde soldaten door de tuinen en gaan de huizen binnen.

Vader vraagt ze of ze zich terugtrekken. Ze antwoorden “No, no” of “Yes we are”. Bij de familie Denkers lopen er tientallen het huis in. Achter de heg stellen ze een zware mitrailleur op. Een van de militairen wijst op ons huis, waarna een groep militairen bij ons naar binnen loopt. Ze zijn overal, ook in onze voortuin, waar ze achter struiken gaan liggen. Twee van hen komen bij ons in de keuken om zich eens behoorlijk te wassen en te scheren. We geven hen een glas limonade.

Een van hen maakt zijn Stengun schoon en laadt het wapen. Op het moment dat de buurvrouw de deur opent, springt hij behoedzaam naar voren met een geladen revolver in zijn hand. Wanneer hij merkt dat het veilig is, begint hij te lachen.
De ander, een knappe, donkere kerel, vertelt dat twee van zijn vrienden zijn gesneuveld en dat hij zelf bijna al zijn uitrusting kwijt is geraakt. We vragen of de hoofdmacht er aan komt. Ze antwoorden: “ln two or three days, and they have tanks”. Mijn vader vraagt ze: “Is the situation bad?”. Ze antwoorden: “No, just a little”. Mijn zus vraagt aan een van hen of er gevochten gaat worden en hij antwoordt: “Yes, yes”, waarna hij doodkalm de trap op loopt. Ruiten worden kapotgeslagen om er mitrailleurs neer te zetten. Met veel lawaai worden er met meubilair barricades gebouwd.

Mijn vader roept een officier naar beneden met de vraag of de kelder onderin het huis een goede schuilplaats is. De man kijkt even rond en antwoordt: “No, no, this is not safe. You have to go into the garden!” We zoeken bescherming in de schuilkelder achter de kas en al spoedig breekt de hel los.
Het wordt een middag die je nooit vergeet. Er breken zware gevechten uit in onze omgeving. De Duitsers zitten o.a. op het KEMA terrein, aan de noordkant van de Utrechtseweg. Tommies rennen door de tuin. Ze roepen: “Tower, Germans!.” Het blijkt te gaan om de top van de koepelgevangenis, waarin vermoedelijk een Duitse observatiepost zit.
Even later wordt die doorzeefd met kogels en granaten. Kort daarop beginnen ook de kanonnen in de wei van W. voor ons huis te blaffen. Het lawaai is zo erg dat horen en zien je vergaat. Duits geschut schiet voortdurend op onze buurt. We horen het angstaanjagende geluid van de granaten en het inslaan in de omliggende huizen. Mevrouw Sz. Wordt haast gek van angst. Bij elk kanonschot of inslag van een granaat voel je de luchtdruk in je oren. Het lawaai van kanonnen, machinegeweervuur en explosies is oorverdovend. Tot overmaat van ramp zetten de Engelsen een mitrailleur op het dak van onze schuilkelder waarmee ze onafgebroken vuren. Toch komen we heelhuids door deze middag heen.

Tegen vijf uur horen we geronk, jachtvliegtuigen, Een Tommy komt even bij ons zitten bij het trapje en geeft ons een lekkere sigaret. Hij kijkt even naar de jachtvliegtuigen en zegt: ‘Typhoons’. De toestellen, het zijn er wel veertig, cirkelen rond en komen steeds lager. Dan zien we een kruis op de vleugels. ‘Germans’ zegt de Tommie teleurgesteld en ook wij kijken treurig.

Aan het eind van de middag klinkt er zwaar geronk en wordt het schieten plotseling erger. Dan zien we iets dat ik mijn leven lang niet meer zal vergeten. Drie zware transportvliegtuigen met vier motoren komen laag en langzaam over het land aanvliegen. Westelijk van ons beginnen ze parachutisten af te werpen. Dan volgen er nog meer vliegtuigen. Ieder toestel werpt wel dertig man af. De parachutes gaan direkt open en we zien honderden poppetjes bengelen en naar beneden komen. Er wordt geweldig op geschoten. We zijn ontzettend blij dat deze versterkingen worden aangevoerd.

Even later komen een paar gevangenen uit de Koepelgevangenis aan de Wilhelminastraat aanlopen. Die zijn blijkbaar losgelaten.
Dan horen we het zware gebrom van voertuigen op de Utrechtseweg. Mijn vader zegt dat het allemaal Duitse voertuigen zijn. Blijkbaar zijn we weer Duits. Wat verschrikkelijk teleurstellend! We zijn met stomheid geslagen. Overal op straat zien we SS-soldaten, ook Hollandse SS. Bij ons in een loopgraaf zitten nog een paar Tommies, van wie er een zwaar gewond is. Ze worden door de SS afgevoerd.
WOENSDAG 20 SEPTEMBER
De strijd blijkt zich verplaatst te hebben in de richting van Oosterbeek. (…) Mijnheer Cherkowski komt met een andere Rode Kruis man, die een vlag draagt, ons halen. We moeten weg van de Klingelbeek, we moeten vluchten. We pakken snel wat dingen mee, zoals kleren, een paar dekens en een beetje eten. We lopen door de tuin. Overal liggen grote granaatscherven, munitie en lege hulzen. Het is een enorme rommel. De huizen zijn zwaar beschadigd. In ons huis is een granaat ingeslagen.
De ramen zijn met sponning en al naar buiten gevallen. Bij de familie Groeneveld is een deel van het huis door een granaat weggeslagen. Overal zien we granaatinslagen in de muren van huizen. Een lantarenpaal ligt afgeknapt op straat. Daar liggen ook de wrakken van twee kanonnen en enige auto’s te smeulen, Langs de kant van de weg staan onze buren. “Waar gaan jullie naar toe?” vragen ze. We roepen terug: “We moeten vluchten!” Al snel sluiten enige buurtbewoners zich aan bij de stoet, die op den duur steeds langer wordt.


1944 - Evacués (leden van de familie Denkers uit Arnhem) op de hoek van de Klingelbeekseweg en de Hulkesteinseweg. [Bron: Gelders archief]

Op de Utrechtseweg rijden Duitse SS-soldaten. We moeten goed kijken waar we lopen, vanwege de vele munitie die overal ligt. (…) De stoet vluchtelingen maakt veel lawaai omdat we voortdurend trappen op al het gebroken glas dat op straat ligt. Op de Oranjestraat staat het vol met Duitse tanks. Intussen horen we dat er in Oosterbeek en op de KEMA nog zwaar gevochten wordt. We lopen in de richting van de Hoogkamp, een Arnhemse wijk ten noorden van de spoorlijn. (…)

[Uit: Langs Rijn en Rails, 14 september 2014 ~ Met dank aan Het Airborne magazine van Het Airborne museum Oosterbeek]


1940-1945 - C.S. Oolgaardthuis, Klingelbeekseweg 19 [bron: Geldersch Archief, 1501-04 - Fotocollectie voormalig gemeentearchief Arnhem]


1940-45 - Achterzijde van het pand van de Cornelis Schulte Oolgaardtstichting. [bron: Geldersch Archief]


1944 - Viaduct van het spoor Arnhem-Nijmegen over de Klingelbeekseweg, gezien vanaf Oosterbeekse zijde.