|
Hulkestein Mariëndaal, De landgoederen Mariëndaal en de Brink (Historische schetsen)
|
Hulkestein door J. G. A. VAN HOGERLINDEN.
Een der oudste landgoederen is wel het tusschen Onderlangs en de Klingelbeek aan de oevers van den Rijn gelegen landgoed Hulkestein. Vooral van Onderlangs gezien maakt het een vriendelijken indruk tusschen het hooge geboomte, afstekende tegen de lage weilanden aan den overkant van het water. In oude tijden was het kasteel met omgeving in bezit van van Karei van Egmond, Hertog van Gelre, die meermalen alhier verbleef. In 1555 werd Hulkestein in leen gegeven aan Philip van Lalaing, graaf van Hoogstraten, stadhouder van Gelderland. Nadien was het in bezit der families Van der Sande en Brantsen. Na 2 eeuwen in bezit te zijn geweest van laatstgenoemde familie, werd het in 1827 gegekocht door de familie Cau van Stellendam. In 1860 werd het landgoed met den Overplaats „de Lange Schuur" opnieuw verkocht. Om een beetwortelsuikerfabriek van gas te voorzien, vroegen de heeren de Bruijn in 1862 vergunning om aldaar een gasfabriek op te richten, doch het gemeentebestuur weigerde deze vergunning te verleenen. Langzamerhand begint nu de verkaveling van het uitgestrekte terrein. Langs den Utrechtschen weg werden villa's gebouwd. In 1894 werd de verbindingsweg tusschen Utrechtschen weg en Klingelbeekschen weg (welke in 1908 den naam kreeg van Klingelbeekscheweg) door de Bouwmaatschappij "Fortuna" overgedragen aan de gemeente. De heer James Farquhar werd in 1897 eigenaar van het huis Hulkestein; zijn erfgenamen verkochten het in 1907 aan de directeuren van de machinefabriek Thomassen en Co. Het oude huis Hulkestein werd getypeerd door een zwaren hoektoren, maar in den loop van den tijd is de toren verdwenen en het geheele kasteeltje van karakter veranderd; het werd een modern ingericht heerenhuis; het geboomte in het park is gekapt om bouwterrein te scheppen, waarop nu groote landhuizen zijn verrezen.
De heer en mevrouw Nienhuijs—Andriesen hebben omstreeks 1908 op Hulkestein een voornaam pension gevestigd. In 1910 werd W. H. baron van Tuijll van Sarooskerken' eigenaar, hij verkocht het huis 1916 aan mevr. de Weduwe F. H. Fockema geb. Sannes. Op 15 April 1932 werd Hulkestein eigendom van P. L. Wennekes, die het landgoed kocht van mr. Hinno Willem Jan Fockema. Aan het oude Hulkestein herinnert nog het Monumentale inrijhek aan den Utrechtschen Weg. Ook dit gaat verdwijnen, doch als museumstuk zal het bewaard blijven. Overgeplaatst in het museumpark van het Openluchtmuseum, zal het den toegang vormen voor den Kruidentuin. [Hulkestein door J. G. A. VAN HOGERLINDEN. Arnhemsche courant. Regionaal/lokaal, 05-03-1936]. De geschiedenis van HulkensteinHet landgoed bij de Galgenberg had slechts een korte glorietijd.In onze reeks korte artikelen over de geschiedenis van de verschillende Arnhemse stadswijken behandelden wij de vorige keer het landgoed „De Sterrenherg", dat evenals de andere buitens in handen van de Gemeente overging. Ditmaal wilden wij enige aandacht besteden aan Hulkenstein, een landgoed waaraan de tegewoordige Hulkesteinseweg nog zijn naam ontleent. In het door ons al vaker als bron gebruikte boek van de heer A. Markus lezen wij, hoe bovengenoemd buiten door Karel van Egmond, hertog van Gelre, gesticht werd. De hertog, die in 1538 overleed en bekend werd door zijn strijd tegen Kareli V, bracht zijn laatste levensjaren in Arnhem door en liet voor zichzelf in de huurt van de tegenwoordige Utrechtseweg een kasteel bouwen, dat hij doopte naar ziin vaarluig „De Hulk”. Dit schip lag namelijk op diezelfde plek voor anker in de Rijn om gesloopt te worden. Met zijn witte gevels en ronde hoektoren, die uitstak boven het hoge geboomte, moet Hulkenstein vooral van Onderlangs af gezien een schilderachtig gezicht geboden hebben. Minder prettig zal de aanwezigheid van de Galgenberg geweest zijn, die zich in vroegere tijden ter hoogte van de splitsing der Utrechtseweg in Onderlangs en Bovenover bevonden moet hebben. De veroordeelden van Arnhem werden hier aan een soort statsiegalg opgehangen, als afschrikwekkend voorbeeld voor alle misdadigers. Het landgoed Hulkenstein strekte zich uit tussen de Utrechtseweg en de Rijn tot aan de weg langs Klingelbeek. Vroeger heette deze huurt Loopen of Leupen en ook Heijenoord behoorde hierbij. Nu is dit de wijk Klingelbeek.In 1538 kocht de hertog van Gelre van zijn barbier Herman Boetzeel de Loepemlerberg, een erf dat aan zijn goederen grensde. Vervolgens stichtte Karel een kapittel van kanunniken, waarvoor hij woningen en een kerk liet bouwen. Het schijnt dat hij hier hij te diep in zijn beurs tastte, want na zijn dood kwamen de schuldeisers in groten getale opzetten. Zij maakten zich van de pas gebouwde woningen en de kerk meester en trachtten zich met de afbraak hiervan schadeloos te stellen voor hun verloren geld. Zelfs de arbeiders hadden nog loon te goed voor het uitbaggeren en weer vol pompen der grachten. Een zekere Arent Kelrewaeter had voor de hertog een kruit molen gebouwd op de Klingelbeek en zonder dat hij hiertoe een machtiging gekregen had, nam hij „pannen ende six schonen plancken om syne betaelinghe van den Cruytmoelen te bekomen”.
Schulden Wat er na de afbraak nog over was, werd in 1545 door Maria van Hongarije, zuster van Karei V en landvoogdes der Nederlanden, aan het klooster Bethaniën buiten de Velperpoort geschonken. Philips van LaLaing, graaf van Hoogstraten en stadhouder van Gelre en Zutphen, ontving in 1555 het slot in leen. Hij was een telg uit het beroemde geslacht van LaLaing, dat oorspronkelijk uit het zuiden kwam on hoge posities aan het hof van Maximiliaan van Oostenrijk te Brussel bekleedde. Naderhand ging Hulkenstein over aan Herman, graaf van den Berg, vrijheer van Boxmeer en Bijland, wiens zoon het in 1595 verkocht aan Johan Milfair, om zijn schuldeisers te betalen. Kort daarop veranderde het kasteel alweer van eigenaar en kwam het in handen van het aanzienlijke geslacht Van der Sande. Toen Arnold Tulleken het landgoed kocht veranderde hij de naam in Tullekens Spyker. Alle buitens aan de rand van Arnhem werden nl. in de 15e en 16e eeuw Spykers genoemd. Zij droegen het karakter van een slot, maar bevatten slechts enkele vertrekken. Nadat Hulkenstein door erfenis ten deel viel aan de familie Brantsen en vervolgens aan de Ruivens. werd het in 1795 verkocht aan Jan Willem Evers en Anna Boekelman. Hierna wel ook dit landgoed in handen van de verkaveling en het kasteel zelf raakte in staat van verval om ten slotte afgebroken te worden. [Bron: "Arnhemsche courant". Arnhem, 1957/11/08 00:00:00] |