|
Mariëndaal, Hulkesteyn en Klingelbeek De landgoederen Mariëndaal en de Brink (Historische schetsen) |
Hulkesteyn en Klingelbeek
Ter hoogte van de splitsing van den Utrechtschen weg in Onderlangs en Bovenover, bevond zich in den ouden tijd een „galgenberg". De veroordeelden werden in de stad ter dood gebracht en de lijken werden vervolgens naar een galgenberg vervoerd, teneinde daar aan een statiegalg met ijzeren kettingen opnieuw te worden opgehangen tot afschrik van alle misdadigers. Aan de voornaamste toegangswegen naar de stad vond men een dergelijken afschuwelijken galgenberg, o.a. vond men er ook een aan den Apeldoornschen weg, die meer in het bijzonder voor de bewoners van de Veluwe, die naar Arnhem gingen, als waarschuwing tegen misdrijf was bestemd. Het oude jaagpad langs de rivier liep oorspronkelijk door tot den Rosanderpolder. Door dien polder stroomt een beek naar den Rijn, welke op Mariëndaal haar oorsprong vindt. Het landgoed Hulkesteyn nu strekte zich uit tusschen den Utrechtschen weg en den Rijn, van den Haspel tot aan den weg langs Klingelbeek. Deze buurt heette vroeger Leupen of Loopen. De heerlijkheid Rosande strekte zich volgens een aanteekening in het leenboek van Doorwerth in 1413 uit tusschen Leupen en Oosterbeek. Blijkens een oorkonde werd op 10 October 1359 door Hertog Reinoud van Gelder en zijn broer Eduard van Gelder aan de geërfden vergunning verleend om de Loopener mark en de Wigger maalschap onderling te verdeelen. De Hertog en zijn broer waren ook geërfden. Zij behielden voor zich de heerlijkheid en het hooge en lage gericht in mark en maalschap. Wanneer iemand bosch of heide ontgon en tot bouwland maakte, zouden zij daaruit de groote en smalle Tienden trekken. Het verschil tusschen mark en maalschap was het volgende: een mark is een gebied met eigen rechtspleging en onverdeeld, grondbezit. In de maalschappen bestond die eigen rechtspleging niet.
De buurtschap Loopen is thans de buurt aan de Klingelbeek. Daar stonden in het midden van de 18e eeuw niet meer dan 16 huizen van den hoek bij Hulkesteyn tot aan de beek. Tot aan de verdeeling behoorde de Loopener mark waarschijnlijk tot de parochie St. Maarten (sinds 1453 St. Eusebius). Waarschijnlijk is, dat gronden van de in 1359 verdeelde mark behoord hebben tot het klooster Mariënborn, dat in 1392 werd gesticht door Wynand van Arnhem en Arnold Gruithuizen. In 1735 werd het „Lopener veld in den Heyenoord" opgedragen aan Johan Brantsen en Esther de Vree, namens het kwartier van de Veluwe, en in 1778 werd aan Willem Engelen toegedeeld het Convent Mariëndaal en het Lopenerveld in den Heyenoord. Daaruit blijkt dat ook Heyenoord in de vroegere Lopener mark lag.
Hulkesteyn werd zoo genoemd omdat het volgens de overlevering bij den bouw afbraak zou zijn gebezigd van een hulk, d.i. een schip. Bij Loopen stond een kapel aan den Rijn, welke door Hertog Karel tot een kerk is uitgebreid. De Hertog stelde er ook een college van kanunniken in, die onderhoorig waren aan het kapittel van St. Walburg. Na den dood van Hertog Karel werd aan „heeren Deeken en Capittell van Synt Salvador" verkocht nabij Hulkesteyn „een kamp lands naast Rosande". Het Spijker Hulkesteyn was in 1538 verkocht.
In 1647 ging het over aan Arnold Tulleken en Josina Brantsen. De naam is toen veranderd in Tullekens Spijker. Later (1683) is het gekomen in het bezit van de familie van Ruiven. In 1795 werd het verkocht aan Jan Willem Evers en Anna Elisabeth Boekelman. De kerk op Hulkesteyn kwam in 1545 aan het Klooster Bethanië. Na de hervorming is de kerk verdwenen. In 1633 werd „een huis en hofstede van Jan Bernts naast het Tulleken Spijker en de Klingelbeek" overgedragen aan Jhr. Cosijn van Bemmel, raadsheer en rekenmeester in Gelderland.
[Bron: "ARNHEM IN DEN LOOP DER EEUWEN XIV.". "Arnhemsche courant". Arnhem, 1932/04/09 00:00:00, Geraadpleegd op Delpher op 03-11-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB08:000107762:mpeg21:p014]; Illustratie: Gelders Archief, 2548] |